Wij moeten niet langer de schaamte van onze aanranders dragen.

“Heb ik je daar echt nooit iets over verteld? Ik was twaalf, we gingen zwemmen in dat grote zwembad ergens aan zee, denk ik… en een groepje jongens heeft me, nou ja… aangerand,” zeg ik schijnbaar luchtig. Het woord aangerand brandt in mijn keel. Mijn mama kijkt me met grote, zwarte ogen aan. Alsof ze net de dood in ogen heeft gekeken. Er gaat een schokje door haar lichaam, maar alleen ik kan het zien, omdat ik haar zo goed ken. Het is zo klein langs buiten, maar allesverwoestend vanbinnen. Ze schudt haar hoofd. “Nee. Nee, dat heb je nooit verteld.” Haar stem klinkt klein, maar haar pijn des te groter. Ik vraag me af waar ik ooit de kracht vandaan heb gehaald om dit net aan haar te vertellen zonder in tranen uit te barsten.

Een tijdje geleden vertelde ik mama dat ik een blogpost wou schrijven over die nare ervaring, in het licht van zovele andere getuigenissen van vrouwen die te maken kregen met seksueel geweld, zowel verbaal als fysiek. Ik dacht dat ik er haar ooit wel iets over had verteld. Niet op het moment zelf, dat niet. Ik heb er toen over gezwegen. Maar later toch? Misschien niet in detail, maar toch iets. Dat bleek niet zo te zijn. Ik kreeg het angstaanjagende gevoel dat dit is wat vrouwen nu eenmaal doen: ze proppen hun pijn weg in een klein kamertje in hun hoofd, waar niemand ooit mag komen, zelfs je dichtste familie niet.

Ik besloot om de deur naar dat kamertje vandaag open te zetten. Het speelt al een paar maanden door mijn hoofd: ik moet mijn verhaal vertellen. Ik las de vele getuigenissen onder de hashtag #wijoverdrijvenniet en begreep elk verhaal zo goed, dat het me van slag bracht. In het licht van Trumps misselijkmakende uitspraken rond vrouwen ontstond de hashtag #notokay, waar ik nog meer soortgelijke, pijnlijke verhalen rond seksueel geweld tegenover vrouwen te lezen kreeg. Ik dacht, dit is het moment dat ik me niet langer alleen voel. Wat ik heb meegemaakt, dat is niet normaal, zoals ik ooit dacht dat het wel was.

De eerste keer dat ik erover vertel, is meteen ook de allereerste keer, zo blijkt achteraf. Mijn vriend en ik kijken naar het nieuws, waarin we te zien krijgen hoe honderden vrouwen op Nieuwjaarsnacht werden aangerand door groepjes mannen in verschillende Duitse steden.

Mijn vriend is in shock. Ik niet. Ik knik alleen maar. Vertel over de vele keren waarin ik me ook bedreigd heb gevoeld, op straat of op plaatsen waar grote massa’s aanwezig waren. En niet alleen bedreigd. Ik werd er ook meerdere malen betast. Ik haal de schouders droef op. Zeg dat het verschrikkelijk is, maar dat dit nu eenmaal de realiteit van vrouwen is. Ik zeg het alsof het iets normaal is. Niet omdat ik ermee akkoord ga, GOD NEE. Maar wel omdat het nu eenmaal de bittere realiteit is. Mijn vriend is nog meer in shock. Hij kan het maar amper geloven. Hij weet natuurlijk wel dat er klootzakken bestaan, maar zoveel? Ik knik. En dan vertel ik het. Ik vertel dat ik ben aangerand in een zwembad. Ik was amper twaalf.

Ik hield enorm van zwembaden. Mijn mama, broer, neef en ik gingen er vaak in het weekend heen. Die zaterdag was een speciale dag, want we gingen naar een subtropisch zwemparadijs, met een grote wildwaterbaan. Ik trok vol enthousiasme mijn nieuwe zwempakje aan, een exemplaar waarin er voor het eerst ruimte was voor mijn groeiende borsten. Er was maar één plek waar ik zo snel mogelijk naartoe wou gaan: die grote, kolkende wildwaterbaan.

Het bleek een ruige attractie. Ik kon er soms amper ademen of rond me kijken. Het kolkende water joeg me angst aan, maar had tegelijkertijd iets avontuurlijks. Mijn mama stuurde mijn neef en broer met me mee om voor me te zorgen. Zo voelde ik me sterk.

Na een paar rondjes voelde ik me zelfzeker genoeg om alleen het wilde water te trotseren. Ik had geen zin om op mijn broer en neef te wachten en dook alleen het water in. Het was er druk, wat kon er gebeuren? Samen met een hele pak andere joelende kinderen, liet ik me meevoeren met de stroom. Tot ik voelde hoe iemand zich aan me vastgreep. Ik dacht dat het iemand in nood was, maar ik kon niet goed rond me kijken. Het was een stevige greep om mijn middel en ik voelde vingernagels langs mijn dijen krabben. In een lichte paniek gaf ik een trap, waarop ik één of ander lichaamsdeel raakte, en ik werd losgelaten.

Lichtjes van slag kwam ik uit de wildwaterbaan. Ik keek om me heen en zag hoe er nog tientallen andere kinderen uit het water kropen. Ik had geen idee wie me net had vastgegrepen of waarom. Ik hoopte dat het niet iemand was geweest die mijn hulp nodig had gehad. Ik wachtte nog een tijdje, maar de redder langs de kant van het water hoefde niet in het water te springen om iemand te redden. Ik besloot dan maar om een volgend rondje te maken.

Toen ik bovenaan de wildwaterbaan stond te wachten op mijn beurt, kwam een groepje luide, puberende jongens achter me staan. Ze spraken Frans. Ik begreep dus helemaal niet wat ze zeiden. Ik had hen wat eerder ook al gezien, maar had me weinig van hen aangetrokken. Nu bezorgden hun lachjes me rillingen, al wist ik niet waarom.

Ik was blij toen ik eindelijk in de wildwaterbaan kon verdwijnen. Ik kreeg het gevoel dat ik het water kon temmen, dat ik elke draaikolk en hevige onderstroom nu wel goed genoeg kende om tot koningin van de wildwaterbaan gekroond te worden.

En toen voelde ik opnieuw hoe ik werd vastgegrepen, door meerdere handen en armen, deze keer. Het gebeurde aan een grote draaikolk, waar ik amper iets kon zien. Ik hoorde wel gelach, kleine woordjes die me bereikten. Het was Frans. “Die jongens…” dacht ik alleen maar.

Ik dacht dat ze een beetje wilden dollen. Naar ’t schijnt is dat wat puberjongens doen, zo had mijn vriendin Lies me ooit verteld. Maar toen voelde ik hun vingers bij me binnengaan. Ruw en met veel beweging. Ik voelde maagzuur in mijn keel brandden, en mijn hoofd werd één met de chaos die het water bracht. Ik probeerde mijn vingers tussen de elastiek van mijn zwempak te steken en trok de stof stevig naar beneden. Ik probeerde te trappen, maar ik leek niemand te raken, deze keer. Gelukkig lieten ze me al snel los. Het duurde maar een seconde of vijf, maar mijn lichaam leek een klok die stil bleef staan. Ik liet me door het water meevoeren, terwijl mijn belagers in de stroom verdwenen.

Aan het eind van de attractie kroop ik verweesd uit het water. Ik wachtte op mijn broer en neef, die ook nog ergens in het water zaten, zo bang was ik. Ik keek naar mijn tenen, hoorde duidelijk de stemmen van de Franstalige jongens, hun gelach en hun getier, maar ik durfde niet opkijken. Ik kon me niet meer bewegen, had water en schaamte binnengekregen. “Het is mijn schuld,” dacht ik. Want ik was na de eerste keer dat ik was vastgegrepen en toen er nog niks ergs was gebeurd, terug in het water gesprongen. Ik was onvoorzichtig geweest. Ik had erom gevraagd. Het was mijn schuld.

Toen ik mijn broer en neef eindelijk uit het water zag kruipen, ging ik naar mijn mama. Ik vroeg om chips, hield mijn mond maar besloot niet meer in het water te gaan. Ik heb een paar dagen pijn gevoeld, maar zei er niets over, tegen niemand. Toen verdween de ervaring langzaam maar zeker in het geheime kamertje in mijn hoofd.

Ik vertel het verhaal hoofdschuddend aan mijn vriend. “Het was natuurlijk niet mijn schuld,” zeg ik. Dat weet ik nu. Maar toen niet. Toen zweeg ik erover, zelfs tegen mijn mama. De ervaring zat in het kamertje in mijn hoofd, goed afgesloten. Ik negeerde de nare geur die zich vanonder de spleet in de deur door de rest van mijn hoofd verspreidde. De geur van rottend vlees, van afkeer, van zoveel grenzen die overschreden zijn dat het je doet kokhalzen. Ik leerde met die geur leven.

Als ik zeg dat mijn vriend in shock was bij het verhaal van de Duitse meisjes, dan was zijn reactie op mijn verhaal zowat het equivalent van een hartstilstand. Hij was in tranen. Om de vrouw waar hij zoveel om gaf, en om wat haar was aangedaan. Zijn reactie maakte me helemaal week vanbinnen, het soort week waar je later weer sterk van kunt worden, zoals gesmolten was waar je later een warme kaars mee knutselt. Wat ik zolang in mijn hoofd had gehad als “pijnlijk, maar normaal” was allesbehalve normaal. Het was ziek en het had nooit mogen gebeuren. Ik had moeten schreeuwen, die dag in het zwembad. Ik had iedereen er over moeten vertellen.

Dat kon ik toen niet, maar vandaag kan ik het wel. Ik las pijnlijke getuigenissen, zoals die van Yasmine , Ines of het meisje op de bus  en besefte dat dit is wat we moeten doen als vrouw, of als man, die ooit met aanranding te maken heeft gekregen: we moeten onze verhalen delen, zodat we kunnen beseffen dat dit niet door de beugel kan. Ik wil, door mijn verhaal te delen, opkomen voor mezelf en alle anderen voor wie het niet zo evident is om ook hun ervaring te delen. Voor diegenen die lijden in stilte, de stilte die ik maar al te goed ken.

Zwijgen is toestemmen zegt de volksmond. Maar het klopt niet. Zwijgen is niet durven spreken, omdat je denkt dat het je schuld is. Zwijgen is je stem verliezen omdat alles zoveel pijn doet. Zwijgen is vergeten dat je iemand bent. Zwijgen is opgaan in de schaamte. Zwijgen is de aangeleerde vorm van normaal. Zwijgen is nooit een keuze. Het is een overlevingsstrategie. Het is het slot op de deur van het kamertje waar nooit iemand komt.

Ik was twaalf en werd aangerand in een zwembad. Het voelt nog steeds raar voor mij om die zin te zeggen. Om het woord “aanranding” in de mond te nemen. Maar dat was wel wat het was, en ik wil het leren zeggen zonder enige schaamte of schuldgevoel. De rotte stank moet het kamertje in mijn hoofd kunnen verlaten. Ik wil opnieuw kunnen ademen.

Het duurde een tijdje voor ik dit kon opschrijven. Ik schrijf en vertel graag impulsief en vanuit het hart, maar dit viel me zwaar. Ergens ben ik bang dat het niemand wat zal kunnen schelen, of dat mijn verhaal op een hoopje irrelevantie belandt. Ik vraag me nog altijd af wat ik had kunnen doen om het te voorkomen, en ben bang dat ik me zal schamen als mensen me aanspreken over mijn verhaal.

Maar zoals Kelly Oxford, de vrouw achter de #notokay hashtag zei in een prachtige tweet van haar, wij moeten niet langer de schaamte van onze aanranders dragen.

Dit gaat ook verder dan vrouwen of aanranding alleen. Het gaat over iedereen, mannen, vrouwen en kinderen, wiens grenzen werden overschreden, en wiens kamertjes in het hoofd ondertussen propvol zitten. Ik denk dat ik hen allemaal maar één ding wil zeggen: het is niet jouw schuld.

EDIT:

Bedankt aan volgende redacties om mijn verhaal te vertellen. Hoe meer lezers, lotgenoten en warme harten, hoe meer we elkaar kunnen steunen.

De Morgen

VTM nieuws

HLN

Libelle

Straffe Madammen

Wij spreken voor onszelf

Hulp of een luisterend oor nodig?

Traumacentrum

Wij spreken voor onszelf

Advertisements

25 thoughts on “Wij moeten niet langer de schaamte van onze aanranders dragen.

  1. Weet je wat raar is.. tijdens het lezen van jouw verhaal, kon ik mij ineens herinneren dat als ik klein was (ergens tussen 9 en 12 jaar oud), ik met mijn papa naar Aqualibi was geweest. En dat in de wildwaterbaan een jongen mijn badpak naar beneden heeft getrokken tot aan mijn poep. Ik heb toen zo luid geschreeuwd dat hij gaan lopen is. Deze herinnering had ik weggeduwd. En nu weet ik het weer…
    Ik ben nu mama van 2 jongens en ik vind het een zeer belangrijk onderdeel van hun opvoeding dat ze met respect naar meisjes en vrouwen kijken zodat ze NOOIT zo een zaken zullen doen.
    #notokay #wijoverdrijvenniet

    • Hallo Patricia. Bij mij ging het net zo. Ineens kwam de herinnering weer boven, in al zijn hevigheid. Ik was het niet echt vergeten, maar had het voor mezelf inderdaad ook weggeduwd. Wat vreselijk dat jou ook zoiets is overkomen. Maar je mag ontzettend trots zijn op jezelf dat je jouw zonen op de juiste manier opvoedt. Dat is prachtig. X

  2. Soms denk ik, zoiets is me nooit overkomen. En weet je waarom, omdat ik het selectief vergeten ben. Het is me vaak overkomen, vaker dan me lief is. Die arm om mijn middel, dat rare achterna geroep, of die keer dat iemand met een stijve tegen me aan schurkte in de metro. Telkens durfde ik er niets van zeggen. Waarom toch?

    • Ik snap je volledig, Stefanie. Het is een harde realiteit en we proberen het leefbaar voor onszelf te houden… Daarom proberen we het te vergeten… of relativeren we het. Ik weet ook niet precies waarom we dat doen, ik weet alleen dat het zo niet verder kan. X

  3. Alle respect voor je verhaal, ik kan me als man niet inbeelden hoe het moet voelen om dit door te maken. Maar wat ik wel weet uit persoonlijke ervaringen in mijn kennissenkring dat het iets is die altijd blijft sluimeren in je binnenste, het moet er ooit eens uit waarna je terug kan ten volle leven zonder dat donkere stukje in je geheugen die af en toe de kop op steekt. Wat er ook moge gezegd worden, dit is nooit jouw schuld geweest! RESPECT!

  4. Blij voor jou dat je de deur van dat kamertje hebt opengesmeten en zo frisse lucht kan binnenlaten. Kan me niet voorstellen hoeveel moed daar voor nodig is. (Wat gek is, eigenlijk, dat je dezer tijden nog moed moet hebben om zo’n verhaal te kunnen doen). Bref. Weg met de stank, in met de liefde!

    • Ik weet nog dat ik een tijdje geleden een tweet stuurde dat ik wat bang was om over dit onderwerp te schrijven. Ik weet nog dat jij me toen iets heel bemoedigends stuurde. Alle dank en heel veel hartjes, daarvoor. X

  5. Dag Frauke. Ik vind het zo straf dat al deze verhalen plots naar boven komen, net terwijl ook mijn verleden weer opspeelt.
    Ik vind het ook ongelofelijk moedig dat je er nu over durft spreken. Ik herken me zo in je hele verhaal.
    Ik was 11 toen ik werd aangerand in een zwembad. Ik was alleen in een kleedhokje om me om te kleden en een redder is binnen gekomen en heeft me bepoteld. Ik wist nog dat mijn moeder altijd zei ‘schreeuw als iemand je iets aandoet’ en dat heb ik ook geprobeerd. Ik stond als bevroren, maar uiteindelijk heb ik kunnen roepen. Hij is toen gevlucht.
    Ik heb het aan niemand durven zeggen, maar heb me met veel tranen ziek voorgedaan, zodat ik naar huis kon. Jarenlang heb ik het voor mezelf gehouden.
    Toen ik er uiteindelijk over sprak, hield ik het, net zoals jij, beperkt: ‘ik ben een keer aangerand’. Daar bleef het meestal bij.
    Dit weekend ben ik eindelijk aangifte gaan doen. Iets waar enorm veel moed voor nodig was en waarvoor ik gelukkig de steun van mijn vriend had.
    Nu blijkt het zelfs een verkrachting te zijn (van het moment dat iemand in je komt, dus ook een vinger zoals bij jou). Gewoon het feit dat ik nu over een verkrachting moet spreken ipv een aanranding, vind ik een extra zware klap om te verwerken, omdat ik me nog meer een slachtoffer voelt.
    Maar ik heb het gevoel dat het helen nu wel kan beginnen. Ik hoop dat dit ook voor jou geldt!

    • Wat vreselijk voor je. Maar wat ben je ongelooflijk moedig. Ook mooi dat je vriend er voor je is, dat is bij mij ook het geval. Ik put sterkte uit je verhaal, omdat je het ook durft delen en omdat ik me minder alleen voel met mijn gevoel. Dankjewel daarvoor. X

  6. Lieve lieve Frauke, je weet het misschien niet, maar ik ben deze zomer op reis geweest met Leontien en haar ouders. Zo voelt het dus alsof ik jou ook een beetje ken, al is dat natuurlijk niet zo. Ik kan dus ook wel zeggen dat het mijn deed dit te lezen, maar ik ben blij dat ik het gelezen heb. Een stem, een stem die ervoor zorgt dat een bal aan het rollen gaat en misschien ervoor zorgt dat andere stemmen zullen volgen. Ik ben blij dat je de stap hebt durven zetten om jouw verhaal te doen, want ik kan me voorstellen dat het niet makkelijk zal geweest zijn. En als je ooit eens wil praten, mag je me altijd sturen of bellen of… maakt me niet uit. xx

  7. Dag Frauke,
    Ik lees net je blog. Zoals die andere vrouwen hier ben ik ook aangerand geweest aan mijn 12 jaar. Ik ben bang om dat te vertellen aan mensen. Ik denk dan altijd dat ze me niet gaan geloven. Ik was gaan voetbal gaan spelen met een gehandicapte volwassene die iedereen in de buurt kent. Hij was rond 30 jaar. Bij het voetballen tackelt hij mij en ik val en hij laat zich op mij vallen. Dan heeft hij mij helemaal betast onder mijn t-shirt. Ik ben dan naar huis gerend. Daarna was ik steeds zeer bang als die man naar ons huis kwam. Mijn ouders snapte niet waarom ik wegliep en mij verstopte in mijn kamer als hij lang kwam. Als ik 18 jaar was, heb ik het vertelt aan mijn ouders. Daarna hebben ze hem niet meer binnen gelaten. Ik heb nog steeds moeite met mijn lichaam hierdoor. Ik kan mezelf niet mooi vinden, vooral mijn borsten niet, omdat hij deze betast heeft. Mijn man weet dat en mijn kinderen ook. Als ze hem zien dan lopen ze weg. Bedankt om dit te delen met de wereld. Misschien kan ik het nu ook meer vertellen aan mijn vrienden. xxx

    • Jij bent zo moedig om dit hier te vertellen. Wat goed ook dat je steun kan vinden bij je gezin. Je hoeft je nergens voor te schamen. Jij bent pijn gedaan en dat mag je vertellen, wanneer je het juiste moment voor jezelf weet te vinden. Ik snap die moeite hebben met je lichaam maar al te goed… Daar heb ik ook al vaak mee geworsteld. Gelukkig bewaren we altijd onze puurste liefde voor onszelf ergens diep in ons hart, alleen moeten we er soms heel hard naar zoeken… Dikke knuffel en heel veel liefs. X

  8. Het overkwam mijn moeder toen ze klein was en keek naar een koers, ze durfde of kon nooit iets vertellen tegen haar moeder ( ze vertelde het mij pas een paar jaar geleden). Het overkwam mij toen ik 20 was toen ik in het buitenland was voor een uitwisselingsprogramma, ik vertelde het mijn moeder (nog) niet. Mijn grote bezorgdheid en angst: wat is er mijn dochters ( 17 en 19 jaar) al, en ja ik zeg al, overkomen en zouden ze het mij vertellen … .
    Ik hoop dat, ze indien het nodig is bij iemand hun verhaal doen als ze niet willen bij mij, … Ik hoop vooral dat ze het nooit moeten doen!!

  9. Het overkwam mijn moeder, 12 en kijkend naar de koers,die het nooit tegen haar moeder vertelde. Het overkwam mij, op uitwisseling in het buitenland, die het (nog) niet tegen haar moeder vertelde. Zou het mijn dochters (17 en 19) (al) overkomen zijn en zullen ze het me dan ooit vertellen? Ik hoop dat ze het nooit hoeven te vertellen…

      • Oei, twee keer gepost… Dacht dat het de eerste keer niet gelukt was! Jouw verhaal is ook heftig, het blijft een rare kronkel dat we als kind, of vrouw niet durven of kunnen vertellen wat ons overkomen is he!

  10. Hoewel ik vind dat vrouwen moeten praten en geen schaamte zouden mogen hebben en hoezeer ik initiatieven en bewegingen als Wij preken voor onszelf en notokay bewonder en toejuich, toch durf ik wat mij overkomen is niet te vertellen. Ik ben nu vooral bang voor mijn dochter. Bang dat het haar ook zal overkomen en bang dat ze het dan niet (aan mij) gaat durven vertellen. Er is nog veel werk aan de winkel. Dankjewel om jouw verhaal te delen, Frauke. Het is zo herkenbaar voor mij, en jammer genoeg voor velen. Het is pijnlijk om te lezen en tegelijk zo troostend, net omdat we niet alleen zijn.

    • Hallo lieve N., ja klopt helemaal. Dat gevoel van samenhorigheid is zoiets sterk. Dat kan echt zorgen voor verandering. Is het niet voor ons, dan wel voor onze kinderen. Dankjewel om te lezen en te reageren. X

  11. Hier vantzelfde, een logopedist dan nog… Mijn ouders hebben er nooit verder mee gegaan. Hij werd achteraf nog beschuldigd door andere mensen. Nu doet hij lezingen over hoe het voelt onterecht beschuldigd te worden. Hij kan goed toneel spelen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s