Het went nooit.

“Uiteindelijk went het allemaal,” zei Lola’s moeder ooit tegen haar dochter. Daarna was ze het huis uitgelopen om boodschappen te doen. Lola liet ze achter, met een diepvrieszak vol bevroren erwtjes tegen haar slaap geduwd. Lola’s kleine hoofd bonsde hevig. Nadenken deed pijn. Ze wist niet of ze mocht huilen van mama, dus kneep ze haar ogen stevig dicht. Ze herhaalde haar moeders woorden in haar hoofd: hoofd omhoog, rug recht, uiteindelijk went het allemaal.

Lola begreep toen nog niet dat ze een keuze had. Ze dacht dat het leven nu eenmaal werd geboetseerd door haar moeder en hoe zij over de dingen dacht. Ze was ervan overtuigd dat ze de klap tegen haar hoofd niet had kunnen vermijden. Sterker nog, ze had er zich bij neergelegd dat het deel uitmaakte van het meisje-zijn. Jongens mochten kwaad op je worden en een tik uitdelen. Uiteindelijk went het allemaal.

Een halfuurtje geleden werd Lola een steegje ingetrokken. Hoe geconcentreerd ze ook was geweest, met haar sleutels tussen de knokkels van haar ene hand geklemd, en haar gsm op stand-by in de andere, ze had zich niet kunnen verzetten tegen de sterke armen die haar hadden vastgegrepen. Ze had snel gewandeld, al voelde ze zich met vlagen toch gerustgesteld door de nachtelijke passanten die af en toe haar pad kruisten. Ze had het donkere steegje gezien. Ze had omhoog getuurd, naar de ramen en gordijnen waarachter nog een dof licht scheen. Er waren nog mensen wakker. Ze zou kunnen schreeuwen als iemand haar aanviel, dan maakte die geen schijn van kans.

Maar Lola was haar stem verloren. Haar armen en benen plooiden als spaghettisliertjes rondom de vreemde man die haar hard tegen de grond duwde. Lola dacht aan haar moeders woorden. Uiteindelijk went het allemaal. Het was een leugen geweest. Een leugen die van de ene vrouw op de andere was doorgegeven. Een leugen om de realiteit iets zachter voor te stellen dan ze werkelijk was. Het went nooit, dacht Lola. Uiteindelijk gaan we eraan kapot, vanbinnen.

Toen hij ophield en Lola voelde hoe haar lichaam langzaamaan weer van haar werd, begon ze te huilen. De vreemde man lachte, of zo leek het althans. Lola zag zijn tanden voor het eerst. Hij verlekkerde zich om haar tranen, kwijlde haar bijna helemaal onder.

Lola huilde niet omdat ze pijn voelde, of omdat ze net werd verkracht. Ze huilde omdat ze dat nog nooit eerder had mogen doen. Ze huilde om de pijn die ze had gevoeld als kind, wanneer die ene gemene jongen uit de straat haar nog maar eens een slag had verkocht. Ze huilde om haar moeder, van wie ze niet mocht huilen. Ze huilde om de angst die ze al jaren had gevoeld, elke avond wanneer ze van haar werk naar huis stapte, in het donker en helemaal alleen. Ze huilde omdat ze besefte dat het nooit zou wennen. Het mocht nooit wennen. Het kon nooit wennen. Ze huilde omdat een vriendin van haar hetzelfde had meegemaakt, en ze in het ziekenhuis was beland, en Lola haar had verteld dat ze wel snel aan het idee zou wennen, dat het snel geen pijn meer zou doen.

De vreemde man rolde van Lola af en fatsoeneerde zijn kledij. Het was het meest absurde wat Lola ooit had gezien. Een onmens als hij, een verkrachter, die zijn hemd weer netjes in zijn broek propte, klaar voor de wereld alsof er nooit iets was gebeurd. Lola kon niet stoppen met huilen, maar ze kon wel rechtop gaan zitten. Ze trok haar uitgerukte kledij verder aan stukken. Ze huilde harder. En ze brulde. Ze brulde zo luid dat de vreemde man er spontaan zijn lach door verloor.

Lola wou niet aan het idee wennen dat ze net was verkracht. Ze wou niet huilen in stilte. Ze wilde de pijn voelen, de pijn alles laten overheersen, de pijn uitschreeuwen tot iemand haar kon horen en begrijpen.

Het duurde niet lang voor een groepje mannen het steegje inliep, gealarmeerd door het gebrul. Het gebrul was amper een halve minuut bezig, maar Lola werd opgemerkt, Lola werd gehoord, Lola werd gered.

In het politiekantoor ging het de ronde dat de verkrachter was geschrokken door het gebrul. Hij had er zijn mes door laten vallen. Zijn mes waarmee hij vrouwen bedreigde. Het mes waarmee hij graag krassen achterliet op hun lichaam. Een waarschuwing. Een herinnering. Een groepje mannen die het vrijgezellenfeestje van één van hen vierde, had de gore klootzak kunnen overmeesteren. Het was al bij al een heldenverhaal.

Maar er was vooral dat meisje. Lola. Hoe ze met opgeheven hoofd het kantoor was binnengewandeld, terwijl de tranen over haar wangen liepen. Trots en gebroken tegelijk. Een blik die pijn deed aan de ogen wanneer ze naar je keek, maar een stem die telkens dezelfde zin herhaalde: “Het went nooit.”

Advertisements

4 thoughts on “Het went nooit.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s