Het lelijke eendjescomplex.

Vandaag voelde ik me lelijk.

Ik bleef vanmorgen iets langer voor de spiegel staan om mijn mankementjes van dichtbij te bekijken, en dacht aan manieren om mezelf aantrekkelijker te maken. Ik had een slechte nacht gehad en wou het liefst van al in joggingbroek rondslenteren, maar had de eyeliner en foundation al in aanslag nog voor ik was aangekleed.

Ik vroeg me af hoe het kwam dat ik me zo voelde en kwam tot het besef dat ik al sinds mijn puberteit worstel met mijn zelfbeeld.

Ik had vroeger een vriendin die ik veel mooier vond dan mezelf. Ze had altijd een vriendje en kon moeiteloos het gsm nummer van een stoere jongen scoren. Ik liep zo’n beetje achter haar aan alsof ik een verdwaald hondje was. In de schaduw van een ander val je nooit op. Dat voelde veilig. Maar het was er wel altijd koud.

Ze had op een dag afgesproken met haar toenmalige liefje. Ze nam me mee naar zijn huis met de belofte dat er ook een vriend van hem zou zijn. Single. Op de uitkijk. Ze poederde mijn gezicht en stak mijn haren op. Ik mocht haar mooiste oorbellen lenen.

We gingen naar het huis en dronken Bacardi breezers, voor twaalfjarigen een grootste daad van rebellie. Ik deed mijn uiterste best om rechtop te zitten en te pronken met mijn gloednieuwe borsten; ik had ze ongeveer een jaartje ervoor gekregen.

Mijn glimlach verstopte ik steevast achter mijn hand, of ik keek naar de vloer. Ik durfde mijn scheve tanden niet te tonen. De vriend van de jongen had het toch gezien. Hij vroeg of ik misschien al eens aan een beugel had gedacht. Hij klonk heel erg lief, helemaal niet verwijtend. Ik vond het ontzettend bevrijdend en lachte de rest van de dag mijn tanden bloot. Ik vertelde hem trots dat ik inderdaad een beugel zou krijgen, binnen een jaar of twee. Ik droomde weg, dat hij mijn hand zou vasthouden bij de orthodontist, en hij iets zou zeggen als “ik vond je mooi hoe je was, hoor” en “voor mij maakt het niks uit”.

Die avond ging ik helemaal in de wolken met mijn vriendin naar huis. Terwijl zij met haar liefje had zitten kussen, had ik leren dromen over hoe de liefde zou kunnen zijn. Dat was voor mij, het zelfverklaarde lelijke eendje van de twee, al heel wat.

We zaten op haar bed na te giechelen terwijl ik haar oorbellen uitdeed. Ze stuurde een sms’je naar haar liefje, om te polsen naar de reactie van zijn vriend op mij. We giechelden, mijn vriendin en ik, en droomden van gezamenlijke dates naar de cinema en elkaars trouwgetuige zijn. Ik staarde naar de spiegel naast haar bed terwijl ze typte, en vond mezelf wel iets hebben. Het was de eerste keer dat ik het gevoel had dat mijn uiterlijk er niet toe deed. Ik was misschien molliger dan mijn vriendin, en had geen stijl, glad haar, maar toch was er iemand geïnteresseerd geweest in mij. Het voelde als een revelatie. Alsof uiterlijk niet op de eerste plaats kwam.

Tot ze een berichtje terugkreeg van haar liefje. Blijkbaar was zijn vriend toch niet echt wild enthousiast over mij. Ik voelde de moed weer in mijn schoenen zakken, maar besloot ze dan maar uit te schoppen. Weet je, misschien was hij gewoon niet klaar voor een relatie en lag het niet aan mij. Dat hoorde ik wel vaker over tienerjongens. Die wilden vrij zijn en genieten van het leven, of zo.

Ze vroeg haar liefje wat het probleem was. Het duurde even voor ze een berichtje terugkreeg. We werden ongeduldig. Ze toetste zijn nummer in en belde hem, terwijl dat eigenlijk niet mocht van haar ouders. Dat zorgde voor te hoge telefoonrekeningen. Maar wij waren, zoals ik al zei, echte rebels.

Er klonk gelach en geproest aan de andere kant van de lijn. Mijn vriendin vroeg wat er scheelde aan mij. Zo vroeg ze dat écht. “Wat scheelt er?” Alsof ik één of ander keukenapparaat was die iemand net had gekocht, maar dat weigerde te werken. Mijn vriendin luisterde en trok bleek weg. “Oké, zei ze alleen maar, en haakte na een paar “I love you too’s” in. Ik wilde eigenlijk niet vragen wat er was gezegd, maar deed het toch.

“Hij vindt je lelijk,” zei ze.

En eerlijk, ik geloofde het. Ik voelde al mijn zelfvertrouwen uit me wegstromen, alsof ik een luchtmatras was waarvan iemand brut het ventieltje had uitgetrokken. Op slag voelde ik me weer het lelijke eendje. Misschien nog veel lelijker dan ervoor.

“Maar hij heeft gezegd dat hij me wou kussen,” piepte ik.

“Hij kust nog liever met een beschimmelde steen, blijkbaar,” zei mijn vriendin. Niet omdat ze me nog meer pijn wilde doen, maar omdat ze nu eenmaal eerlijk wou zijn.

Ik besefte dat de beide jongens zich waarschijnlijk krom lachten in dat veel te grote huis waar we die middag waren geweest. Ze zouden iets drinken dat meer alcohol bevatte dan bacardi breezer en naar semi-sexy foto’s kijken die mijn vriendin ooit voor haar liefje had genomen met haar knullige fototoestel. Ze zouden de handen geschud hebben, tevreden over de amusante namiddag, waarin ze een jong meisje het gevoel hadden gegeven dat ze de moeite waard was, om haar later de grond in te boren.

Er heeft zich toen iets gevaarlijk in mijn lichaam genesteld. Een soort auto-immuunziekte van de ziel. Telkens wanneer ik tevreden was over mezelf, of mezelf mooi vond, zorgde ik ervoor dat die gedachte snel weer ophoepelde. Ik mocht en kon niet tevreden zijn, want ik was lelijk, aan mij scheelde er iets.

Ondertussen zijn we zestien jaar, vele liefdes, een groter zelfvertrouwen en een zee aan complimentjes later. Ik leerde om mijn lelijke eendjescomplex van me af te schudden, tenzij het water de diep werd en ik leek te verdrinken in de druk van anderen en mezelf.

Er waren goeie dagen, mede door de mensen van wie ik hou – zij leerden met dat schoonheid niet alles is, maar ze leerden me ook dat ik trots mocht zijn op mijn lichaam, mijn gezicht en alles wat me had gevormd tot wie ik ben.

Maar er waren ook slechte dagen. En vandaag was het weer zo eentje.

Maar ik heb besloten om niks te ondernemen. Geen extra lipstick of gezichtsmasker. Ik dacht aan vroeger, aan de pijnlijke herinnering over de beschimmelde steen, en voelde me beroerd. Maar er gebeurde ook iets prachtig. Ik ging zitten en kwam tot het besef dat mijn lelijke eendjescomplex me is aangeleerd. Door de maatschappij. Door de hoge verwachtingen van anderen. Door stomme tienerjongens zonder empathie. Door de donkere kanten van mezelf. Het was en is niks meer dan een gedachte, die losstaat van de realiteit.

Dus. Vandaag dacht ik misschien dat ik lelijk was. Maar ik wil het niet langer voelen.

Als ik me wel zo blijf voelen, dan wordt dat woord altijd weer een deel van mijn lichaam. Zolang dat het geval is, ga ik steeds meer make-up nodig hebben, of betere hoeken om perfecte foto’s mee te maken. Ik ga nooit geloven dat iemand bewonderend naar me kan kijken, of ik ga teveel moeite doen om de complimenten van anderen te reduceren tot oppervlakkige vleierij. Ik zal steeds minderen geloven dat mijn vriend me de mooiste vindt, en zal het uiteindelijk niet meer aandurven om gewoon mezelf te zijn.

Vandaag voelde ik me misschien lelijk, maar ik was het niet. Vandaag besefte ik dat ik een lelijk eendjescomplex had, maar dat zit enkel in mijn hoofd. Vandaag hoop ik dat jongens die tienermeisjes belachelijk maken, op latere leeftijd last krijgen van aambeien of extreme eenzaamheid (sorry, not sorry). Ik hoop dat ik nooit meer hoef te voelen dat ik lelijk ben, en als dat wel gebeurd, dan hoop ik dat ik het niet meer geloof.

Advertisements

2 thoughts on “Het lelijke eendjescomplex.

  1. je hebt geen laag zelfbeeld door dat voorval, maar dat voorval is kunnen voorvallen omdat je toen al een laag zelfbeeld had.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s