De vermoeidheid van het moeten.

Elke avond glijd ik in bed met een wolkje avondparfum. Een zoete geur maakt me rustig. Ik laat mijn broze huid op m’n rug graag even kennismaken met een warme olie op zijn handen. Mijn wangen houden van het volmaakte, zachte kussen dat mijn hoofd zo goed kent. Ik hoef geen synthetische kleuren aan mijn gezicht toe te voegen; het bed en mijn vriend aanvaarden me net zoals ik die ochtend ben opgestaan. Naakt, met iets van een poëtische kwetsbaarheid, want dat vleugje magie krijgen we allemaal wanneer we naast iemand in slaap vallen en wakker worden. Het is het mooiste moment van de dag. Niet alleen omdat het romantisch is. Of warm. Of zo’n moment van, eindelijk rust. Maar vooral omdat ik dan, in alle tederheid van de nacht, mezelf kan zijn.

Ik mag mijn ogen sluiten. Ik hoef geen spiegel te vinden om mijn lippenstift bij te werken of mijn te korte kleedje opnieuw iets naar omlaag te trekken. Straks hoef ik me niet af te vragen welke weg ik moet inslaan, dat beslist mijn droomwereld wel voor me. Geen zin om te dromen over dood en oorlog? Dat is dan jammer, dit is nu eenmaal wat je voorgeschoteld krijgt. Ik vind het stiekem heerlijk en vreselijk tegelijk. Voor even geen controle kunnen uitoefenen op mijn binnenwereld. Want dat is hoe het overdag wel gaat.

Ik moet van mezelf zoveel zijn. Moeten. Niet mogen. Ik denk dat alle mannen me lelijk vinden. Of dom. Alle vrouwen ook. Dat ik teveel ben. Of te weinig. Dat mijn vrienden over me zullen fluisteren, over dingen waarvoor ik me schaam. Ik denk dat er een grote bom op barsten staat. Dat de waarheid aan het licht komt. Dat ik aan het licht kom. Ik ben bang voor mezelf. Ik ben bang om mezelf. Dus moet ik elke keer weer wat meer zijn dan wat ik maar zou kunnen zijn. Een extra laagje vernis, om te zorgen dat niemand de barstjes in mijn kleuren zou kunnen zien.

In de armen van mijn vriend overvalt dit alles me vaak. Hoe vreemd om liefde te krijgen terwijl je even niets meer geeft dan jezelf. Een bibberend, klein meisje doemt dan op in mijn hoofd: misschien ben je wel genoeg, zegt ze. Ik kijk naar haar lange, golvende krullen die samengebonden zitten op de kruin van haar hoofd, naar haar jongensachtige kleren en haar ondeugende glimlach. Ik kijk naar mezelf, toen ik vijf was. Ik moet ervan huilen. Dat kleine meisje wil genoeg zijn. Ik wil genoeg zijn.

Ze zeggen soms dat vrouwen het helemaal voor mekaar hebben in dit land, deze westerse maatschappij. Ze zeggen soms dat therapie onzin is, en loyaliteit aan vrienden en familie iets voor de naïevelingen van deze tijd. Ze zeggen soms dat monogamie niet bestaat, dat we allemaal moordenaars zijn, dat we nooit gelukkig kunnen worden, toch niet in zijn totaliteit. Ze zeggen zoveel, terwijl ik er geen snars van geloof. Maar niet geloven, dat is uit de boot vallen. Niet luisteren, dat is rebels zijn. Niet moeten, dat is ongehoord.

Wij moeten allemaal meer zijn dan wie we echt zijn. Dat is wat we ingelepeld krijgen. Ik voel het aan alles doorheen de dag. Ik moet veel likes krijgen, en perfecte benen hebben. Ik moet mijn mond leren houden als een getormenteerde collega mij door het slijk haalt, en glimlachen, veel glimlachen, dat ook. Ik moet dingen bereiken, er daar vooral niet van genieten, want ik moet niet denken dat ik dat helemaal zelf heb verwezenlijkt. Ik moet en moet en moet, tot er geen moed meer over is.

Elke avond brengt de vermoeidheid van het moeten. Soms is die er al in de namiddag. Terwijl ik dan wegkruip tussen de lakens en de tederheid, vind ik soms mijn gedrevenheid terug. Het verbaast me. Zonder make-up of boeken onder de arm voel ik me vaak on top of the world, terwijl dat eigenlijk net datgene is dat ik overdag niet kan. Ik begin vaak deuntjes te zingen na twaalven ’s nachts, of vertel grootse verhalen aan mijn soezende vriend. ’s Avonds, in bed, gekleed in mijn naakte ziel, leef ik op. Daar komt de moed weer naar boven. Daar moet niks. Daar moet niemand iemand zijn. Daar ben ik, op en top, dat meisje van vijf en glimlach ik, omdat ik dat zelf wil.

Vandaag probeerde ik om die versie van mezelf te zijn. Ik liep er behoorlijk triest bij. Ik voelde me doelloos, zo zonder het moeten. Maar mijn lichaam voelt zich onaangeroerd, en rustig, terwijl dat meestal niet zo is. De donkere kringen om de ogen van mijn ziel zijn vanavond niet te zien in de spiegel. Misschien was vandaag dan toch niet zo’n slechte dag.

Wanneer ik morgen opsta, waag ik een nieuwe poging. Dan wil ik zijn zoals ik slapen ga. Moedig. Vol energie. Zonder controle, maar onmiskenbaar mezelf. Vanaf morgenvroeg, wil ik alles mogen, in plaats van moeten. Vanaf nu, wil ik zijn. Niets meer, maar ook niks minder. Maar wel met een wolkje parfum achter de oren, minstens even zoet als mijn hart.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s