Suikerbonen.

Het is tien voor acht en ik moet nog bellen. Ik hoop op een bezette lijn, het lot die een beetje meezit. Het zou godverdomme wel eens mogen. Ik kan er niet aan doen. het is al de veertiende keer dat ik vloek vandaag. Ik tel ze, die vuile woorden, zoals oma ze altijd noemde, om me op het einde van de dag nog wat slechter te kunnen voelen over mezelf. Zelfmedelijden is iets verslavend. Het geeft je genoeg redenen om naar de fles te grijpen of je leven niet echt in handen te nemen.

Ik moet echt stoppen met vloeken. Of met tellen. En die fles porto hou ik wel tegoed voor de feestdagen.

Acht voor acht. Is het nog wel beleefd om iemand zo laat op te bellen? Wat een banale vraag als het gaat om iemand waar je het bed mee hebt gedeeld. Of het past dat ik nu even in je privéleven kom binnengevallen, terwijl ik vroeger je privéleven was. Ik kan niet zo goed omgaan met verandering. Ik word al helemaal gek van het winteruur dat overgaat op het zomeruur, laat staan een telefoontje naar mijn ex om te vragen wanneer hij nu eindelijk de achterstallige factuur van onze telefoonrekening gaat betalen.

Ooh, de ironie. Bellen om in de toekomst te kunnen bellen. Dat is een beetje zoals de liefde werkt. Vandaag huilen om verder te kunnen gaan met je leven en te leren huilen om een ander.

Ik moet echt ophouden met zo sceptisch te zijn. Maar als iemand voor driehonderd euro vierendertig cent naar zijn minnares belt en mij dan nog eens met die factuur laat zitten, zou je voor minder het leven even de rug toedraaien.

Vijf voor acht. Ik zit te huilen. Verbittering, dat staat me niet zo goed. Ik vraag me alle waarom-wel en waarom-niet’s af en hoe het komt dat ik altijd alles op mezelf steek. Iemand verlaat je toch niet omdat je een smalle poep hebt? Of een voorliefde voor pindakaas? Iemand hoort te kiezen en te blijven. Zou dat alles even veel gemakkelijker maken. Maar waar moeten de telefoonmaatschappijen en rendez-voushotels dan hun brood mee verdienen. Leven op kosten van verdriet. Dat maakt de cirkel helemaal rond.

Acht uur. Ik stuur een sms’je. Of hij kan betalen. Zo snel mogelijk. Anders kom ik in de problemen. En kan hij nu eindelijk die rekening afsluiten, aub? Ik wil niks meer met hem delen. Nooit meer. Behalve de kans op iemand nieuw.

Hij stuurt niks terug. Ik moet daar om één of andere reden niet harder door huilen. Gewenning, misschien. Of loslaten. Zou zoiets zomaar vanzelf kunnen gaan?

De baby huilt, heeft mijn tranen overgenomen. Die warme, roze wolk mens van hem en mij. Maar hij wil die niet meer delen. Nooit meer. Zo worden alleenstaande moeders dus geboren. In mijn geval een paar maanden na de geboorte van mijn eigen kind. Dat zijn een hele hoop suikerbonen. Dat gaat op ieders maag liggen.

Ik leg m’n gsm weg en ga de baby halen. Wanneer ik haar vastneem, stopt het huilen onmiddellijk. Ik voel me er op slag tien keer beter door. Wat een kracht zit er in die handen van mij. Ik sus en dans en kus. We zijn even helemaal samen en één.

Wanneer ik haar terug in haar bedje leg, is ze te slaperig om bezwaar te maken. Ik kijk naar haar, mijn wolkje waarachter de zon altijd schijnt. Mijn gsm laat een geluidje horen, maar ik sluit het buiten. Nu even niet. Ik ben bij mijn dochter. Zij die het vloeken, het huilen, het zelfverminken van mijn hart helemaal wegneemt. Zij is mijn hart. Ik ben het hare.

Ik ga in de zetel zitten en zet de TV aan. Voor het eerst in twee weken. Zijn sms’je lees ik niet. Morgen, denk ik. Na achten wil ik niet meer gestoord worden.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s