Huilen om morgen.

Er hing een briefje aan de voordeur. Of ik de vuilbakken voortaan ’s morgens kon buiten zetten ’s in plaats van ’s avonds. De kat van de buurvrouw stond op dieet en ik verstoorde blijkbaar het harde werk van de rosse stakker. Hij kwam gisterenavond na zijn avonduitje maar moeilijk thuis, niet toevallig de dag waarop ik mijn restjes zorgvuldig op de stoep had gezet voor de vuilniskar vanmorgen.

Mevrouw Lampaire was tot twee uur wakker gebleven om op haar lieveling te wachten, en wanneer hij eindelijk aan de achterdeur verscheen, trof ze een restje chocoladedonut aan in zijn vacht. Ze had meteen geweten hoe de vork aan de steel zat. Ik at er namelijk heel veel en zij had dat blijkbaar al even vaak opgemerkt. Priemende ogen van achter veilig glas veroordeelden de chocoladestrooisels die richting mijn mond gingen terwijl ik in de auto stapte op weg naar een job waar ik me helemaal niet thuis in voelde.

Ik stopte het briefje van mevrouw Lampaire in mijn tas en besloot mijn ochtenddonut nog maar even in mijn tas te laten zitten. De grootste vraag die bij me opkwam was vooral hoe er ooit een restje van een chocoladedonut bij mijn vuilnis was geraakt. Ze waren heilig voor me. Ik zou er geen kruimel van durven verbannen naar een leven achter het verstikkende plastiek.

Met een kloppende keel stapte ik in de auto en tuurde richting het raam van mevrouw Lampaire. En ja hoor, daar stond ze, met de rosse dikkerd op haar arm gedrapeerd. Ik stak mijn duim op naar haar en wees richting mijn deur. Ergens hoopte ik dat ze zo zou begrijpen dat ik volgende week mijn best zou doen om aan haar eis te voldoen. Al was het maar om ervoor te zorgen dat ze niet nog meer te weten kwam over de inhoud van mijn vuilniszak. Wat kunnen katten zoals meedragen in hun vacht, eigenlijk?

Mevrouw Lampaire wiebelde met haar neus en gaf een kort knikje. Dikkertjedap keek met een klapwiekende staart naar haar op en trok zijn ogen wijd open, alsof hij nu pas tot het besef kwam wat voor een gemeen complot tegen hem werd gesmeed. Hij sprong zonder pardon van haar arm en bolde zijn rug met de nodige arrogantie. Wanneer mevrouw Lampaire hem wilde aaien, draaide hij zich van haar weg en ging op een hoek van de vensterbank zitten. Hij staarde nu naar mij.

Ik las verwijt in zijn ogen. Dat las ik wel vaker in de blikken die op mij werden gericht. Met lichtjes bevende handen stopte ik de sleutel in het stopcontact en stopte de verwarming aan. De blazers stuwden de nog luie en koude lucht richting mijn rooddoorlopen ogen. Toen mevrouw Lampaire’s lieverd thuiskwam vannacht, zat ik nog naar een nieuwe job te zoeken Het zou kunnen dat de tranen door het contrast tussen de nacht en synthetische licht van de laptop werden veroorzaakt. Dat maak ik mezelf althans graag wijs. Maar als ik eerlijk ben, echt eerlijk ben, dan was het huilen om morgen. Niet weten wat een nieuwe dag op die vreselijke plek mij zou brengen.

Dikkertjedap draaide zijn kop van me weg. “Ik kan je niet meer aankijken, verraadster,” leek hij te zeggen met het gezwinde bewegen van zijn staart. Mevrouw Lampaire verdween tevreden met zichzelf achter het gordijn. Ik draaide de verwarming hoger en viste de donut uit mijn tas. Hoe absurd het ook klonk, dit was het enige waar ik vandaag naar uitkeek. Het stukje snoepgoed dat mijn vader zaliger altijd voor me kocht. Mijn ziel was in het verleden blijven hangen en mijn lichaam sleurde zich maar moeizaam richting elke nieuwe dag.

Mijn tong gleed langs de gekende structuur van de chocoladeschilfers op de donut en ik voelde hoe mijn spieren zich ontspanden. Ik vroeg me af hoe het zou zijn om mijn collega’s te vertellen dat dit het beste moment van mijn dag was en dat alles daarna een beproeving leek. Hoe het zou zijn om te durven toegeven dat ik me even helemaal verloren voelde. Hoe het zou zijn om dikkertjedap in huis te nemen en te zien dat ook iemand als mevrouw Lampaire even ontredderd als mij kon zijn.

De chocolade smaakte bitter. Ik verontschuldigde me bij m’n vader. “Vandaag smaakt het niet, papa.” De teleurstelling moet zich omgezet hebben in telepathische golven. De rosse kater keek nu terug mijn richting uit. Ik dacht, daar gaan we het hebben. Nu gaat hij mij helemaal haten. Er komt zo’n moment waarop dat altijd gebeurt, althans in mijn leven. Bij mijn baas stond het waarschijnlijk vroeg of laat te gebeuren. Dat kon ik wel duidelijk merken.

Maar mevrouw Lampaire’s lieveling ging zachtjes liggen, zijn dikke kop op zijn snoezelige pootjes gevleid. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes en keek me vragend aan. Ik liet de donut zakken en zocht naar datgene wat ik altijd al had gekend – de afwijzing, de haat, de pijn. Maar de rosse dikkerd keek me alleen maar nieuwsgierig aan. Hij draaide zijn hoofd en duwde zijn kopje tegen het raam, alsof hij dichter bij mij wou zijn. “Of bij de donut?” schoot het door mijn hoofd. Maar dat wilde ik nu even niet geloven. De tederheid waarmee ik plots werd benaderd, leek me helemaal wakker te schudden.

Misschien deed hij ook maar alsof voor mevrouw Lampaire. Misschien wou hij haar plezieren met zijn hautaine gedrag ten opzichte van mij. Maar eigenlijk leek hij nu te zeggen dat hij me wel begreep. Sterker nog, dat wij eigenlijk hetzelfde waren. We dachten dat we enkel aanvaard konden worden door onszelf voor te doen als iemand die we eigenlijk niet zijn. Terwijl we graag chocolade smullen en in slaap vallen op een dekentje in de zetel. Dromend over morgen.

Ik voelde een warme gloed op mijn gezicht. De tranen die vannacht in mijn ogen sliepen, wilden nu het daglicht zien. Ik glimlachte naar dikkertjedap en hij draaide zich op zijn rugje en klauwde speels in de lucht.

Ik liet de donut zakken en stapte terug de auto uit. Met een plotse vastberadenheid liep ik richting de voordeur van mevrouw Lampaire. De rosse kater ging rechtop zitten en keek me nieuwsgierig na. Zonder nadenken duwde ik de rest van mijn donut door de brievenbus van de kraaknette, witte deur van mevrouw Lampaire. Ik nam een pen en een oude rekening van de supermarkt uit mijn jas en krabbelde: “voor de poes” erop. Ik duwde het briefje ook door de brievenbus. Enkele chocoladeschilfers kleefden nog aan het klepje, waardoor ik moest giechelen.

Met een zelfvoldane glimlach liep ik terug naar de auto. De poes van mevrouw Lampaire sprong enthousiast met haar pootjes tegen het raam, mij toejuichend. Ik liet me in de intussen warme auto glijden en veegde de resten van mijn tranen zacht van mijn gezicht. Vandaag zou ik huilen om gisteren en glimlachen om morgen. Mijn ontslag zou naast de donut het beste moment van de dag zijn.

Advertisements

2 thoughts on “Huilen om morgen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s