Tussen droom en aanraking.

Ik glipte van tussen de lakens. De nacht sloot zich rond m’n naakte lichaam en gaf m’n huid zo dezelfde kleur als de kamers van m’n hart. Ik wilde vluchten. Van deze man en zijn liefde die ongevraagd bij me was binnengeslopen. Ik was altijd al een gever geweest, geen ontvanger.

Ik opende het raam, voelde hoe de buitenwereld koud tegen mijn borst aankroop, als een koortsig kind. Hoe voel je je veilig wanneer alles en iedereen je leert om steeds voorbereid te zijn op het ergste?

Mijn handen en armen schoven beschermend voor me. Ik keek over m’n schouder. Naar de liefde in de vorm van slaap en lichaam op het bed. Hij had de lege plaats naast zich gevonden en had zijn hand geruststellend op mijn hoofdkussen neergevlijd. Alsof hij zo wou tonen dat hij zou wachten tot ik er weer zou zijn. Alsof hij zei dat het oké was, mijn twijfel, mijn angst. Dat hij er sowieso zou zijn. Dat hij zou blijven. Zijn liefde droeg een zelfzekerheid die ik nog nooit had gezien. Een volharding. Een echtheid.

Wanneer had ik mezelf verteld dat liefde ooit iets anders was dan dat? Ik keek terug naar buiten, naar een wereld die bang was geworden van zichzelf. De mens had zichzelf overstegen in een poging om bij elkaar te zijn. Want alles draaide om erbij horen, om gezien te worden.

Ik voelde een gloed vanuit mijn vingertoppen stromen. Mijn handen wreven me warm met een plotse golf van schoonheid. De wereld was niet verloren. We moesten gewoon leren om elkaar opnieuw graag te zien. Op de juiste manier. Ik was niet verloren. Ik was hier, in zijn kamer en in zijn liefde. Omdat hij me opnieuw graag leerde zien.

Ik stapte terug naar het bed. Mijn hand zocht de zijne op het hoofdkussen. Hij glimlachte, ergens tussen droom en aanraking. De gloed zocht z’n weg naar m’n hart en schilderde alle kamers in verschillende kleuren. Wit, onschuld. Rood, hartstocht. Groen, hoop. Er leefde een regenboog in mijn borst.

Zacht liet ik me tussen de lakens zakken en schoof tegen hem aan. De kilte die vanuit het raam naar binnen kroop, kon me op dit moment niet meer raken. Ik was veilig onder een deken van wol en nabijheid.

Ik wilde nog steeds vluchten. Maar in zijn armen, deze keer.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s