Het lot van mijn verlangen.

Ik heb een stem. Een lange tijd lag hij te week in schaamte. Zonder tijdsbesef klonk hij zacht en onduidelijk, alsof ik de luisteraar de ruimte wou geven om zelf de inhoud van mijn woorden vorm te geven. Ooit was mijn stem luid en confronterend, en zorgden stemmen nog oorverdovender ervoor dat de mijne verdween. Maar vandaag besef ik, die oorverdovende stemmen… eigenlijk behoren die toe tot een fluisterend hart.

Ik ben vaak neergehaald voor waar ik in geloof. De eeuwige liefde. De schaamteloze lokroep naar het verwezenlijken van dromen. Het ongenoegen met de kruimels die het leven ons toewerpt. Ik wou zwoegen en kneden en het grootste brood bakken die de dag me te bieden had. Ik wou liefhebben, tot in het diepste van alles, al was het maar om te kunnen geloven dat sprookjes gebaseerd waren op echte verhalen. Ik wou nachten doorploeteren om boeken te schrijven en ’s morgens trots de slaap onder m’n ogen laten doorschemeren, als een stilzwijgende triomf. Ik wou bewijzen dat boze ogen opnieuw zacht konden worden en dat in iedereen de belofte op beterschap school.

Ik wou het allemaal maar ik kon het niet uitspreken. Ik ging hopen. Dagenlang. Nachtenlang. Omdat dat in stilte kon. Het lot van mijn verlangen in de handen van de mensen om me heen. Geen touwtjes in handen maar constant turend langs de kade staan wachten op dat éne, langverwachte schip. Ik wou in vervoering gebracht worden. Ik wou begrepen worden. Ik dacht dat de wereld me uiteindelijk wel een kans zou geven.

Maar de wereld ging aan me voorbij. Wie me opmerkte, raakte in de war. Het stille meisje met die brandende hoop in de ogen. Ik leek onschuldig maar was het niet. Sommigen noemden het mysterieus, anderen gevaarlijk. Ik sprak niet maar keek recht door mensen heen. Tot m’n stem losbarstte, plots en onverwacht. Dan voelden de mensen die bij me hadden stilgestaan zich bedrogen. M’n stem sprak andere taal dan wat ze in mij gezien hadden. M’n stem sprak van dingen waar ze bang van zijn.

De bittere waarheid. Hij proeft verraderlijk zoet, maar de nasmaak biedt ontnuchtering.

Ik weet waarom ik zolang stil bleef. Spreken kan je schaden. Want de waarheid is niet iets wat iedereen wil zien. Het boezemt me angst in, wat de waarheid met mensen doet. Het geeft me rillingen, wanneer die mensen de boodschapper van de waarheid neersabelen. Maar alleen diegenen die veel pijn lijden, kunnen die doorgeven aan een ander. Ik bedenk me dat pijn geen onderdeel uitmaakt van mijn stem. Ik heb me nog nooit zo opgelucht gevoeld. Nooit heb ik pijn willen doen. Vaak ben ik pijn gedaan. M’n stem is stil gebleven. Maar m’n hart schreeuwde steeds luider en luider. Er was van fluistering geen sprake.

Dus laat ik vanaf nu mijn hart spreken. M’n stem zoekt stilletjes aan z’n weg in dit nieuwe evenwicht. Hij hoeft niet meer te zoeken naar de juiste toon of de meest gepaste woorden. Samen met mijn hart vormt hij niet meer dan wat hij kan zijn: een deel van mij. En ik, ik droom. Ik heb lief. Ik wil niet een beetje, maar alles.

Ik heb een stem.

X

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s