De Pijn vroeg me om met hem te dansen.

De Pijn vroeg me om met hem te dansen. Ik schudde van nee, ik zat hier lekker in m’n hoekje. De wereld zag er groot en onoverwinnelijk uit vanuit die plek en ik wist dat ik niet alleen in de schaduw leefde. Waarom zou ik dansen in het gevaarlijke licht? Het zou me kunnen krenken. Het zou me kunnen vernietigen. Nee Pijn, ik blijf hier.

Stille stemmen weerklonken om me heen. “Wat moedig, jij bent moedig. Hier is het veilig.” De Pijn nam de hand van een man die passeerde en hij aarzelde geen seconde, hij danste aardig in het ritme mee. Het deed me naar adem happen. Zijn vrijheid. Zijn onbezonnenheid. Ik wilde schreeuwen maar dat kon niet, want ook mijn stem bleef stil.

Ik strekte m’n armen uit, raakte de man aan met m’n vingertoppen. Ik probeerde hem naar de veilige schaduw te krijgen, maar m’n grip op hem was veel te zwak. De Pijn glimlachte bijna verontschuldigend naar me. Hij vroeg me om mee te dansen. Alleen op die manier konden de man en ik samenzijn.

Met knikkende knieën bevond ik me plots in zijn armen. Het wisselende ritme maakte me angstig. Ik kon de stille stemmen niet meer horen, alleen zijn broeierige ademhaling. De Pijn bepaalde de maat, stampte soms hard met z’n voeten op de grond, of zette een rustige wals in gang. Maar hij, de man, hij liet me nooit los. Wanneer m’n voeten het wilden begeven onder het gewicht van de twijfel, of ik gewoon niet meer kon, hield hij me overeind. En, zo merkte ik na een tijdje, dat deed ik ook bij hem. Alsof we elkaar op een magische wijze staande hielden. Het ritme onze gezamenlijke vriend en vijand.

Toen werd de Pijn moe. Hij liet zich puffend en blazend op de grond zakken. Even uitrusten. Voelt ook wel goed, zo. De man glimlachte breed naar mij en ik glimlachte naar hem, want onze dans ging stilzwijgend maar ononderbroken door.

Het licht ging van fel naar schemer naar donker naar ochtend. Pijn bleef ons bespieden maar we hadden hem niet meer nodig. We dansen op het ritme van elkaar. En de schaduw leek nooit zo veraf als nu. De stilte leek nooit zo verstikkend als nu. We schreeuwden, en lachten, en dansten.

En toen kwam Liefde aan, ging naast Pijn zitten en bekeek ons met een goedkeurende blik. Hij en ik, wij zagen er groot en onoverwinnelijk uit.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s