De langverwachte schoonheid.

“Het spijt me,” zei hij.
Het was zo’n twintig dagen geleden dat ik hem zag. Dat ik hem voelde, ergens in de nabijheid van m’n hart of de plek waar de echo van m’n hartslag nog naklonk.
“Waar was je?” Ik stelde vragen om te vergeten dat er zonder die vragen helemaal niets te zeggen viel.
Hij glimlachte, de plooien van z’n mond lonkend naar die van mij. Vleeskleurige rimpelingen die zich wilden versmelten om zo iets van een zachte schoonheid te kunnen vormen.
Hij tikte tegen de welving van m’n borst en zei “Hier,” en ik hoopte dat hij had gevoeld hoe leeg die plek onder m’n huid was geweest. Maar in enkele seconden nadat ik hem zag had ik de plek weer langzaamaan opgevuld met hem, en ik merkte hoe zijn vingers op de plek bleven dwalen, zonder spijt of schuldgevoel.
Zonder de stoffen barrière had z’n aanraking ongetwijfeld door m’n huid heen gesneden.
De kromming van z’n vingertoppen was levensgevaarlijk. Handen als messen. M’n huid als voorgerecht en m’n hart als hoofdgerecht, dessert en degustief in één.
Hij tafelde niet uitgebreid. Ik vroeg me af of hij zich herinnerde hoe ik proefde.
“Kus me,” hij zei het alsof hij me een keuze gaf, terwijl hij wist dat ik exact zou doen wat hij van me vroeg.
De langverwachte schoonheid streek over ons neer, onze lippen in intieme omhelzing, alsof het zo hoorde te zijn. Ik voelde de ogen van mogelijke voorbijgangers priemen en ik hoorde hen denken, “Wat mooi, zo mooi.”
“Vind je me mooi?” ik geloof niet dat ik de woorden zei, maar hij leek ze te proeven op m’n lippen. “Wat ben je mooi,” fluisterde hij, de streling van z’n woorden zachter dan die van z’n tong.
Ik voelde hoe de leegte van voordien nu helemaal was opgevuld. Ik dacht, ik zou nu kunnen exploderen, en de voorbijgangers zouden duizenden stukjes liefde kunnen oprapen. En ze zouden fluisteren, ‘Wat mooi, zo mooi.”
M’n handen sloten zich om z’n middel en ik liet vingerafdrukken achter op het kleine stukje huid tussen de bovenkant van z’n broek en de onderkant van z’n hemd. Mijn private terrein.
“Het spijt me,” zei hij opnieuw.
Ik vergeef je, dacht ik.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s